All I want for Christmas is … begrip voor een prikje — Better Minds at Work

ALL I WANT FOR CHRISTMAS IS … BEGRIP VOOR EEN PRIKJE

Stevenen onze jongeren af op een tweede pandemie?

De Wereldgezondheidsorganisatie laat weten dat gezonde jongeren mogelijk pas in 2022 een prik zullen krijgen. Ze baseert zich hiervoor op de door Europa voorgestelde vaccinatievolgorde die eergisteren ook door onze gezondheidsministers werd goedgekeurd. Wat niemand lijkt te begrijpen is dat jongeren niet ná de kwetsbare groepen horen te komen, maar een uiterst kwetsbare groep zijn. Als we hen nog een extra jaar opsluiten, zijn de gevolgen niet te overzien. 

Lijden leg je niet op een weegschaal

Waarover klagen ze toch? Een oorlog, dát is pas erg! Jongeren worden vandaag vaak op hun plaats gezet wanneer ze zich kwetsbaar en ontredderd tonen over hun veranderde leven. Maar niemand heeft iets aan een opbod over wie het zwaarst wordt getroffen en het meeste recht heeft op ongelukkig zijn, integendeel. Het is gevaarlijk en leidt ons af van de essentie. Want wie goed kijkt, ziet dat zich – parallel aan de eerste epidemie – stilaan een tweede ontspint. Een epidemie die straks misschien wel meer slachtoffers maakt dan de huidige crisis, en waarmee eergisteren totaal geen rekening werd gehouden bij de beslissing over wie als eerste in de rij mag voor het COVID-19 vaccin.

U raadt het al: de grote verliezers zijn de jongeren, de snowflake-generatie. Was dat tot voor kort niet de bijnaam waarmee ietwat plagerig naar de jeugd van tegenwoordig werd verwezen? Gepamperd door een extreem zorgende samenleving en dito ouders, groeiden onze tieners op met de idee dat het leven maakbaar is en hun behoeften heilig. Kan je het hen kwalijk nemen dat ze in maart even moesten slikken? Van vandaag op morgen werd hen gevraagd een grote stap opzij te zetten – weg uit dat stralende middelpunt – om in het kader van het “algemeen belang” op hun mooie tanden te bijten. Een goede levensles, dat is zeker. Albert Camus haalde het in 1947 al aan in ‘La Peste’, een boek dat in 2020 plots weer gewillig over de toonbank ging. “Wat geldt voor alle uitdagingen in de wereld, geldt ook voor deze epidemie. Ze doet mensen boven zichzelf uitstijgen.” Een troostende gedachte, maar een die ons als maatschappij niet op onze lauweren mag doen rusten. Want ook veerkracht is een spier die je maar beter traint onder begeleiding van een zorgzame coach. Gebeurt dat niet, dan vráág je om kwetsuren. Onheilspellende cijfers over toenemende mentale problemen bij tieners en jongvolwassenen moeten alvast een belletje doen rinkelen. En ons aanmoedigen om stil te staan bij de definitie van het begrip ‘kwetsbare groepen’, een definitie die niet – zoals tijdens het overleg eergisteren –  louter fysiek mag worden geïnterpreteerd.

Van vandaag op morgen werd hen gevraagd een grote stap opzij te zetten – weg uit dat stralende middelpunt.

Een mentale epidemie

Onder jongeren leeft vandaag heel wat angst en verdriet, gevoelens die op hun beurt gevaarlijk besmettelijk kunnen zijn. Dat het net die groep is die het extra lastig heeft, wordt natuurlijk niet alleen verklaard door de betuttelende opvoedingsstijl van papa en mama. Moeder Natuur heeft zelf ook boter op het hoofd. Rond de leeftijd van 14, 15 jaar – wanneer het zo stilaan tijd wordt voor jongeren om de wereld te gaan verkennen – beginnen veranderingen in de menselijke biologie deze beweging naar buiten voor te bereiden. Stevige verbouwingen in het brein en in de hormoonhuishouding van tieners, leiden ertoe dat sociale contacten met leeftijdsgenoten plots oneindig veel aantrekkelijker worden dan de veilige rokken van mama. Die contacten zijn meer dan een aangename verstrooiing: ze zijn een biologische basisbehoefte. Ze dienen om essentiële sociale vaardigheden te oefenen, en vormen als het ware het speelveld waarin de jonge identiteit wordt gekneed. Zijn we als volwassenen al triest omdat het sociale gebeuren op een laag pitje komt te staan, jongeren voelen zich letterlijk ontheemd wanneer ze hun vrienden lange tijd niet mogen zien. Hoe langer dit duurt, hoe meer ze zichzelf kwijt raken.

Onder jongeren leeft vandaag heel wat angst en verdriet, gevoelens die gevaarlijk besmettelijk zijn.

Empathie

Is dat dan niet anders voor die digital natives, hoor ik je denken. Zij groeiden toch op met smart-phones en social media, kunnen zij dan niet probleemloos op die voet verder? Wel nee, en het wetenschappelijk onderzoek hierover is heel stellig. Lijfelijke aanwezigheid en direct oogcontact blijken cruciaal voor tieners, niet alleen omdat hun identiteit zich op die leeftijd razendsnel ontwikkelt, maar ook hun gevoelens van empathie. De tienerjaren blijken een zogenaamd ‘gevoelige’ periode als het aankomt op het leren innemen van andermans perspectief. Jongeren ook op dat vlak een oefenterrein ontzeggen, kan ons als maatschappij later wel eens duur komen te staan. Bovendien gebruiken jongeren social media vaak om contacten met gelijkgezinden te onderhouden, terwijl nu net de confrontatie met andersdenkenden heel vormend kan zijn op die leeftijd. Een gesprek dat toevallig ontstaat met je buurman op café of een ruzie met een klasgenoot die je een spiegel voorhoudt: die momenten vormen de échte sociale opvoeding die van kinderen empathische burgers maakt.

Jongeren op het vlak van empathie een oefenterrein ontzeggen, kan ons als maatschappij duur komen te staan.

Langetermijn

Als volwassene met heel wat levenservaring weet je dat ook deze crisis weer voorbij gaat. Maar een jongen of meisje van 16 heeft die wijsheid nog niet. Daar komt bij dat het voor hen brein-technisch zelfs onmogelijk is om vlot op lange termijn te denken. De hogere denkfuncties van het brein, die vanaf een jaar of 15 een groeispurt doormaken, zijn pas ver in de twintiger jaren volledig ontwikkeld. Concreet betekent dit dat plannen, vooruitkijken, langetermijndenken … voor jongeren veel moeilijker is dan voor ons, volwassenen. Het is dus niet abnormaal dat tieners en jongvolwassenen wat lijken te dramatiseren en de huidige situatie moeilijk kunnen relativeren. Dat ze vooral gericht zijn op kortetermijnbehoeften en zich maar moeilijk kunnen optrekken aan de gedachte dat over een jaar alles weer min of meer bij het oude zal zijn. Op jonge leeftijd leef je veel meer in het hier en nu (op dat vlak kunnen wij dan weer van hén leren) en elke dag zonder nieuw perspectief weegt zwaar op hun jonge gemoed.

Als volwassenen kunnen we wél op de langere termijn denken, en dat dienen we vandaag meer dan ooit te doen. Want er staat meer op het spel dan een paar maanden somberheid bij onze kinderen. Psychiaters zijn het erover eens dat de meeste mentale gezondheidsproblemen bij volwassenen hun oorsprong vinden in de adolescentie en jongvolwassenheid.  Niet alleen voor de empathie-ontwikkeling, maar ook voor de ontwikkeling van een goede geestelijke gezondheid is dit dus een cruciale periode. Door het psychische leed van jongeren vandaag au serieux te nemen, wenden we heel wat latere ellende af en doen we onszelf ook als maatschappij een groot plezier.

Autonomie

Hulpeloosheid, uitzichtloosheid, het gevoel geen controle te hebben over je leven: het zijn de belangrijkste oorzaken van depressie. En precies daaraan stellen wij onze jongeren vandaag – en wie weet nog een volle 12 maanden – bloot. Door massaal de nadruk te leggen op ‘wat allemaal niet mag’, drukken we hun jeugdige drang naar initiatief de kop in; door maatregelen boven hun hoofd te beslissen, maken we hen monddood en passief. Het enige wat ze kunnen doen is lijdzaam toekijken en knikken. Mocht je ooit een recept willen bedenken voor hoe je de energie van mensen draineert, dan heb je het nu.

Natuurlijk zijn de coronamaatregelen een kwestie van leven of dood; natuurlijk gaat het om het redden van de economie van een ganse natie; natuurlijk wensen we onze oudjes nog een aantal mooie jaren toe. Maar dat betekent niet dat we jongeren niet dringend wat speelruimte zouden kunnen geven. Heel wat grootouders doen maar wat graag een stap opzij om de jonge generatie die bewegingsvrijheid te gunnen. Bewegingsvrijheid en verantwoordelijkheid. Want als er één generatie is die zich al meermaals in positieve zin heeft doen opvallen op vlak van bewustzijn en engagement, dan is het wel generatie Z. Jongeren geboren tussen 1990 en 2010 gedragen zich volwassener en meer woke dan alle generaties tevoren. Daar zal die tien procent die zich ook in coronatijd regelmatig negatief laat opvallen gelukkig niets aan veranderen.

Heel wat grootouders doen maar wat graag een stap opzij om de jonge generatie die bewegingsvrijheid te gunnen.

Een klein geschenk, een groot gebaar

De ruil ligt voor de hand: wij hebben beroep gedaan op het begrip van jongeren om deze epidemie in te dammen, nu verdienen zij begrip van ons. Minstens kunnen we erkennen dat dit geen makkelijke tijden zijn voor hen zijn en luisteren naar hun klaagzang, ook al gaat die niet over de oorlog. Hen betrekken bij keuzes die gemaakt worden en niet bang zijn om jongeren zelf een stuk autonomie te geven in het toepassen van de maatregelen. Dan komen we al een heel eind.

Pas echt mooi was het geweest als de kerstmannen – alias onze acht ministers van Volksgezondheid – de dringende noodzaak hadden begrepen om onze jongeren met Kerst te verrassen met iets waar ze nooit van hadden durven dromen. Als ze hadden beseft dat onze zonen en dochters tussen al die flanellen pyjama’s, Zalandobonnen en smartphone-hoesjes onder de kerstboom eigenlijk maar naar één kadootje zochten, dat al het materiële overstijgt: een bon voor een prioritaire prik. Een bon die symbool zou staan voor een Nieuw Jaar, dat zijn naam alle eer zou aandoen omdat er zorgeloos zou mogen worden geknuffeld en bijgetankt. Een jaar dat hen zou toelaten opnieuw te connecteren, iets waarop wij als maatschappij daarna nog jaren hadden kunnen bouwen. Dát zou pas een sterk staaltje visie en vooruitdenkendheid zijn geweest. Tegen de stroom in, de blik gericht op de toekomst.

Pas echt mooi was het geweest als de kerstmannen hadden begrepen dat jongeren maar naar één kado uitkijken.

#geefhenbegripeneenprikkado #generatiegroei

Marie Loop is pedagoge en auteur van het boek Generatie Groei, recent uitgegeven bij Pelckmans Pro.

Elke Geraerts is doctor in de psychologie en voorzitter van de vzw Better Minds at School.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief


Contacteer ons voor meer info


[email protected]
+32 (0)3 297 32 23